1. Democratie

SP verkiezingsprogramma 2009-2014

Een stem op 4 juni op de SP is een stem voor meer democratische zeggenschap, in Nederland en in de Europese Unie. We moeten af van steeds meer markt en steeds minder overheid, we moeten weg van steeds meer Brusselse bevelen en steeds minder nationale bevoegdheden. We moeten eerlijker samenwerken in Europa en ons daarom minder laten commanderen door grote landen en de Brusselse bureaucratie, die veel te vaak aan de leiband loopt van banken, beleggers, beurzen en bedrijven. Onze inzet is daarom: Nederland wil minder Brussel. Dan kunnen we beter samenwerken, op basis van eigen verantwoordelijkheid.

Paddenstoelenmeisjes

Foto: Mathijs van den Brand / Nationale Beeldbank

1.1 De Europese Unie is een samenwerkingsverband van nationale lidstaten. Dat is een goede zaak, die we steunen. De Raad van Ministers en de Europese Commissie zijn er om dat samenwerkingsverband zo goed mogelijk te laten functioneren, ten behoeve van de inwoners van de lidstaten. Pogingen om de Europese Unie te doen uitgroeien tot een superstaat, en de positie van de Raad van Ministers en de Europese Commissie tegenover de nationale democratie te versterken, wijzen we echter volledig af. Een Europese superstaat wordt niet gewenst door de inwoners van de Unie en dient hun belangen ook niet, maar veeleer die van grote bedrijven en bezitters. Burgers moeten makkelijker toegang krijgen tot informatie over de Europese Unie en moeten meer middelen krijgen om invloed op de gang van zaken in de EU uit te oefenen.

1.2 Belangrijke nieuwe stappen in de Europese samenwerking, zoals belangrijke verdragswijzigingen, moeten voortaan via referenda aan de burgers worden voorgelegd. De Europese politieke elite heeft er na het afwijzen van de Europese Grondwet door de Nederlandse en Franse kiezers alles aan gedaan om een herhaling te voorkomen. Met uitzondering van Ierland hebben alle Europese regeringsleiders en staatshoofden ervoor gezorgd dat er geen referenda plaatsvonden. Daarmee zijn de burgers belazerd. Dat mag niet nog eens gebeuren.

1.3 We keren ons tegen hen die stellen dat het opgeven van nog meer nationale bevoegdheden en democratische en sociale rechten nodig is om ons als Europese Unie te beschermen tegen de gevolgen van de financieel-economische crisis. Ook hier geldt de essentiële politieke vraag: willen we het socialer of nog liberaler? Voor ons is de neoliberale ontwikkeling van de Europese Unie er een die de belangen van de inwoners van de lidstaten ernstig schaadt. Er komt een duidelijk overzicht van terreinen waar Europa zich niet mee mag bemoeien. De Europese Unie heeft er een handje van om bevoegdheden naar zich toe te trekken en die vervolgens niet meer los te laten. Veel Europees beleid kan echter beter nationaal of lokaal vormgegeven worden. Dat is niet alleen effectiever, maar ook democratischer. De samenwerking in grensregio’s moet juist worden verbeterd en geïntensiveerd, bijvoorbeeld als het gaat om werk, sociale voorzieningen, zorg, openbaar vervoer, milieubeleid en politietaken. Mensen in grensregio’s worden nu vaak de dupe van gebrek aan afstemming.

1.4 Omdat de Europese Unie geen staat is en ook niet moet worden, kan het Europees Parlement ook geen parlement zijn in de zin van een nationaal parlement. Overdragen van bevoegdheden van nationale parlementen aan het Europees Parlement, ten koste van democratische rechten, wijzen we af. Een Europees Parlement dat de nationale democratie aanvult, juichen we echter toe. Het Europees Parlement moet zich niet langer gedragen als een fanclub van de Europese Unie maar als een serieuze afvaardiging van nationaal gekozen volksvertegenwoordigers. Ze moeten zich niet gedragen als applausmachine voor ‘Brussel’ maar als controleur voor de burgers van hun lidstaat van het handelen van de Europese Commissie en de Raad van Ministers. Daarvoor is nauwe samenwerking nodig met de nationale parlementen in plaats van nutteloze concurrentie. Daarnaast moet er onderzoek komen naar de invoering van een ‘dubbelmandaat’, waarbij nationale volksvertegenwoordigers ook lid kunnen zijn van het Europees Parlement.

1.5 Omdat het gaat om nationale vertegenwoordigers in het Europees Parlement, hoort het salaris van deze volksvertegenwoordigers ook in lijn te zijn met die van de leden van het nationale parlement.

1.6 De Europese bureaucratie moet worden teruggedrongen. Vooral via de groei van het aantal agentschappen en het aantal expertgroepen die de Europese Commissie bijstaan, neemt de Brusselse bureaucratie steeds meer in omvang toe. Dat kost veel geld, leidt tot onnodig dubbel werk en maakt de besluitvorming steeds ondoorzichtiger. Die trend moet gestopt worden.

1.7 Het beleid en de besluitvorming moeten transparant zijn. Het aantal lobbyisten vanuit het bedrijfsleven wordt geschat op ongeveer 15.000. Daarnaast geven 1.200 expertgroepen ‘ondersteuning’ aan de Europese Commissie. Lobbyisten moeten zich voortaan verplicht registreren en openheid geven over voor wie ze werken. Ook moet het lidmaatschap van expertgroepen openbaar zijn en dient de samenstelling evenwichtig te zijn.

1.8 Klokkenluiders moeten ook in de Europese Unie beschermd worden. Misstanden mogen niet in de doofpot verdwijnen. Mensen die aan de bel trekken mogen niet het slachtoffer worden van hun eerlijkheid, maar moeten moreel en financieel gecompenseerd worden.

1.9 De bevoegdheden van nationale overheden worden uitgehold terwijl het omgekeerde juist nodig is, zeker in tijden van crisis. Het vergroten van de invloed van de nationale lidstaten en hun democratische organen, zal steeds hoog op onze agenda staan en een voortdurend strijdpunt vormen met al die partijen die geloven dat ‘meer Brussel’ een deel van de oplossing is in plaats van een deel van het probleem. Nationale parlementen krijgen meer mogelijkheden om onwenselijke Europese besluiten tegen te houden. Ministers van de verschillende lidstaten moeten eerst de instemming verkrijgen van hun nationale parlement voordat ze akkoord mogen gaan met Europese wetgeving. Onwenselijke regels moeten kunnen worden tegen­gehouden door een substantiële minderheid van nationale parlementen van lidstaten. De samenwerking tussen de parlementen van lidstaten moet daarvoor worden verbeterd.

1.10 We willen één vergaderlocatie voor het Europees Parlement. Met het aanhouden van twee vergaderlocaties voor het Europees Parlement wordt jaarlijks ruim 200 miljoen euro verspild. Er moet daarom heel snel een eind komen aan het maandelijkse verhuiscircus tussen Brussel en Straatsburg.

1.11 Via een burgerinitiatief moeten burgers onderwerpen op de Europese agenda kunnen zetten De betrokkenheid van de Europese burgers bij wat er in de Europese Unie gebeurt, is erg klein. Via de mogelijkheid van een burgerinitiatief kunnen mensen in Europa hun stem laten horen. Door middel van het ophalen van één miljoen handtekeningen krijgen burgers het recht om onderwerpen op de agenda van het Europees Parlement te zetten, waarbij de Europese Commissie verplicht wordt het voorstel in behandeling te nemen.

1.12 Burgers moeten inzage hebben in informatie. Het vertrouwen in de Europese instellingen zal toenemen als ze transparanter gaan werken. Openbaarheid van beleidsstukken moet niet afhankelijk zijn van willekeurige beslissingen van Brussel. De Europese Ombudsman moet op eigen initiatief kunnen rapporteren over de vraag of openbaarheidregels correct worden toegepast.

1.13 In de Europese Unie moet voortaan gelden: gelijke rechten, voor iedereen. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens van de Raad van Europa beschermt elke Europeaan. De Europese Unie moet daarom zo snel mogelijk toetreden tot dit Europabrede verdrag. In de EU moeten overigens gelijke rechten gelden voor man en vrouw evenals gelijkberechtiging van homoseksuelen en minderheden zoals Sinti en Roma. We wijzen dan ook elk geweld tegen de homobeweging, met name in een aantal Oost-Europese landen, af en verwachten dat alle Europese lidstaten de mensenrechten van homoseksuele en lesbische burgers waarborgen.

1.14 Politiek, ook in Europees verband, kan niet zonder dialoog en debat. Leden van het Europees Parlement moeten de kans krijgen een fatsoenlijk debat te voeren met de Europese Commissie, de voorzitter van de Europese Raad en met andere leden van het Europees Parlement. Het Parlement moet individuele leden van de Europese Commissie naar huis kunnen sturen. Er moet snel een einde komen aan de eindeloze aaneenschakeling van monologen. In het Europees Parlement moet gedebatteerd kunnen worden. Er worden interruptiemicrofoons geplaatst in het Europees Parlement en de mogelijkheid wordt gecreëerd voor een tweede termijn zodat Europarlementariërs in debat kunnen gaan met Eurocommissarissen en het voorzitterschap van de Raad.

Agnes Kant: Een beter Europa begint in Nederland

SP-stemmers bedankt! Je stem telt bij ons nog steeds: de SP blijft actief. Dat maakt ons bijzonder. Kies nu voor een beter Nederland.

Sluit je aan!

Youtube - SPPolitiek
Hyves Dennis de Jong Dailymotion - SPTeevee
Flickr - SP Politiek Twitter - Volg de SP
Netvibes - SPweb Volg www.minderbrussel.nl