4. Milieu
SP verkiezingsprogramma 2009-2014
Een stem op 4 juni voor de SP is een stem voor een schoner en veiliger milieu. Het is belangrijk om Europese afspraken te maken en na te komen over minder vervuiling en meer bescherming van onszelf en onze leefomgeving. De CO2-uitstoot moet in 2020 met 30 procent omlaag. In plaats van afval als winstgevende Europese handel te zien moeten we zoveel mogelijk afval voorkomen en voor de rest verantwoord verwerken en recyclen. Ieder land moet zoveel mogelijk zijn eigen afval opruimen. En willen we voorop lopen, dan laten we ons dat niet door Brussel verbieden.

Foto: Arnold Meijer / Nationale Beeldbank
4.1 Brussel mag ons niet belemmeren in een beter milieubeleid. Veel milieuproblemen zijn grensoverschrijdend. Binnen de Europese Unie overeengekomen normen kunnen bijdragen aan de oplossing van die problemen. Voorkomen moet worden dat lidstaten in hun concurrentiestrijd om investeerders aan te trekken zulke Europese normen ontduiken. Afspraken daarover zijn nodig. Brussel mag ons echter niet verhinderen om een beter en duurzamer milieubeleid te voeren dan gemiddeld. Het hoort Nederland altijd vrij te staan om meer te doen dan de Europese Unie voorschrijft.
4.2 In de Europese Unie gaan we de CO2-uitstoot met minstens 30 procent terugdringen. Het is goed als de EU voorop wil lopen in maatregelen die ontbossing, zeespiegelstijging en klimaatverandering kunnen tegengaan. In de praktijk wordt daarmee echter ook binnen de EU-landen onvoldoende vooruitgang geboekt. Gezien het belang van de strijd tegen klimaatverandering hoort de EU zich voor de periode na het aflopen van het Kyoto-verdrag vast te leggen op een reductie van de CO2-uitstoot van tenminste 30 procent in 2020.
4.3 In het emissiehandelssysteem staan we geen ontheffingen toe. Om de CO2-uitstoot effectief terug te brengen volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’, staan we binnen de Europese Unie geen uitzonderingen toe. Uit de opbrengst van de heffingen financieren we het duurzaam maken van productieprocessen in de lidstaten die het betreft. Sterk vervuilende sectoren van de economie worden niet gesteund met gratis emissierechten. Ook bij importen in de Europese Unie telt het tegengaan van CO2-uitstoot. De eigen verplichtingen kunnen niet worden verlaagd door die af te wentelen op de buitenwereld.
4.4 Er wordt krachtiger opgetreden tegen afvaldumping. Vervuilers moeten geen kans krijgen om de sporen van hun afval uit te wissen of geld te besparen door dit in het buitenland te storten. Uitgangspunt moet zijn dat ieder land zoveel mogelijk zijn eigen afval verwerkt. Controle en handhaving op afvaltransporten worden verscherpt.
4.5 Energielabels moeten snel verbeteren. Energielabels moeten gebaseerd worden op het absolute verbruik van een toestel of voertuig en jaarlijks automatisch worden aangepast aan de technische ontwikkeling, zodat productvernieuwing bevorderd wordt. Het auto-energielabel wordt aangescherpt. Het huidige label geeft slechts de vergelijking aan in een bepaalde klasse en laat verschillen tussen de klassen buiten beschouwing. Dit systeem, dat een misleidend beeld geeft, moet zo snel mogelijk worden aangepast en periodiek worden geëvalueerd om het inzicht te vergroten.
4.6 De Europese Unie verbetert de controle op goed waterbeheer. Veel rivieren in de Europese Unie stromen door meerdere lidstaten. Benedenstroomse landen hebben last van lozingen in bovenstroomse landen. Ook in tijden van wateroverlast of grote droogte is een goede samenwerking nodig. De Kaderrichtlijn Water verplicht landen om per stroomgebied samen te werken, maar de monitoring en sancties zijn nog niet goed geregeld. Die moeten dus verbeterd worden.












