6. Gezondheid en onderwijs
SP verkiezingsprogramma 2009-2014
Een stem op 4 juni voor de SP is een stem voor behoud van eigen zeggenschap over zorg en onderwijs in Nederland. De zorg is geen markt en de school geen product, wat ze in Brussel ook beweren. Dus hebben we geen Brusselse bemoeizucht nodig bij het zorgen voor onze zieken, gehandicapten en ouderen en het opleiden van onze jeugd. In plaats van door Brussel gewenste grootschaligheid zetten wij juist in op steeds meer kleinschaligheid, we willen zorg en onderwijs dichtbij in de buurt.

Foto: David Rozing / Hollandse Hoogte
6.1 De zorg is geen markt. In de periode 2004 - 2009 heeft de SP in Europa er wezenlijk toe bijgedragen dat de zorg niet onder de gevreesde Dienstenrichtlijn kwam te vallen. Tegelijkertijd heeft de fractie zich sterk gemaakt voor ‘patiëntenmobiliteit’, het recht om in een ander EU-land verpleegd te worden (zonder dat dit verwordt tot de plicht om voor zorg naar het buitenland te moeten). De zorg moet buiten de Dienstenrichtlijn en vrij van andere pogingen tot vermarkting blijven.
6.2 Arm en rijk hebben gelijke toegang tot gezondheidszorg. De Europese Unie ziet erop toe dat de sociaaleconomische positie van haar inwoners geen drempel betekent voor toegang tot de zorg. Daarom dienen er ook afspraken te worden gemaakt over de internationale werving van gezondheidswerkers, ook binnen Europa. De rijke landen moeten meer doen om hun personeelscrisis zelf te bestrijden en het recht op gezondheid in armere landen beschermen.
6.3 Brussel moet zijn handen afhouden van de nationale zorgstelsels en zorgverzekeringen. Elke poging van Brussel om zich te bemoeien met ons nationale stelsel van zorg en zorgverzekeringen wijzen we van de hand, behalve voor zover dit het recht op zorg voor iedereen onderstreept.
6.4 We moeten meer solidair zijn met ouderen. Op Europees niveau gaat het debat vaak één kant op: ouderen zouden een kostenpost zijn, vooral bij de gezondheidszorg. Ouderen verdienen echter respect en bescherming. Beperking van zorg of van toegang tot zorgvoorzieningen en andere verslechteringen van de positie van onze ouderen door regels van de Europese Unie, accepteren we niet.
6.5 Wanneer zich een epidemie voordoet, wordt er samengewerkt. We zijn voor een door de Europese Unie gecoördineerde samenwerking tussen lidstaten en een adequate informatievoorziening van burgers als er een epidemie uitbreekt.
6.6 Farmaceutische bedrijven mogen geen reclame maken voor hun medische producten. De Europese voorstellen om het producenten van receptgeneesmiddelen mogelijk te maken om consumenten direct te benaderen, zet de deur open voor misstanden met alle ongewenste gevolgen van dien.
6.7 De toegankelijkheid van commercieel niet-interessante geneesmiddelen wordt vergroot. Er komt een Europees fonds voor onderzoek naar geneesmiddelen voor zeldzame ziekten en voor ziekten waarvan vooral mensen in arme landen het slachtoffer worden. De Europese richtlijn voor patenten wordt aangepast zodat er betere waarborgen zijn voor de toegankelijkheid van geneesmiddelen in ontwikkelingslanden. Onethische onderzoekspraktijken in ontwikkelingslanden worden tegengegaan.
6.8 Abortus en euthanasie blijven een nationale aangelegenheid. Aantasting door de Europese Unie van de Nederlandse regels betreffende abortus tolereren we niet. Voor ons dient het recht van de vrouw om baas in eigen buik te zijn volledig overeind te blijven. Dat geldt ook voor de Nederlandse euthanasiewet. Daar dient Brussel zich niet mee te bemoeien.
6.9 Marktwerking in het onderwijs werkt averechts en wijzen we dus af. Het onderwijs hoort een nationale bevoegdheid te blijven, waarover de Europese Unie geen zeggenschap hoort te hebben. Het van toepassing verklaren van Europese aanbestedingsregels op de verstrekking van schoolboeken is een voorbeeld van uit de hand lopende Brusselse gekte. We nemen daar nadrukkelijk stelling tegen. In Nederland maken we zelf uit hoe we ons onderwijs regelen. We keren ons dan ook tegen Brusselse pogingen om van het onderwijs een markt te maken waar de wetten van de concurrentie zouden moeten gelden. Samenwerking tussen de lidstaten, in de zin van uitwisselen van kennis en kunde, afstemming en ontwikkeling, is natuurlijk wel een goede zaak. Zeker in grensregio’s kunnen mensen daar veel plezier van hebben. We zullen ons steeds inspannen om praktische oplossingen voor concrete problemen te vinden.












