7. Werk en inkomen
SP verkiezingsprogramma 2009-2014
Een stem op 4 juni voor de SP is een stem voor behoud van de arbeidsbescherming en sociale voorzieningen die we in Nederland samen tot stand hebben gebracht. Waar Brussel arbeid als koopwaar ziet en zekerheid als belemmering, kiezen wij voor een sociale samenleving, waar mensen recht hebben op een goede baan, een fatsoenlijk loon en hoogwaardige sociale bescherming.

Foto: Flip Franssen / Hollandse Hoogte
7.1 Europese plannen die de arbeidsbescherming in de lidstaten uithollen, moeten worden ingetrokken. Versoepeling van het ontslagrecht, meer mensen met onzekere banen, werkende armen en langere arbeidstijden passen niet in onze toekomstvisie. Gezonde en stabiele arbeidsverhoudingen leiden tot een hogere arbeidsproductiviteit. Ook doen EU-lidstaten er goed aan meer te investeren in opleiding en training.
7.2 De Europese Unie moet meer investeren in onderwijs en het om- en bijscholen van werklozen. De Europese Unie probeert nu tekorten aan hoogopgeleid personeel aan te vullen met werknemers uit het buitenland. Daarmee profiteert het van investeringen die andere landen, ook ontwikkelingslanden, in het onderwijs hebben gedaan. Er zou juist meer moeten worden geïnvesteerd in onderwijs en het opleiden van eigen mensen, vooral werklozen.
7.3 Er komt een einde aan het stimuleren van arbeidsmigratie. Verscheurde gezinnen, eurowezen en uitbuiting van werknemers uit andere lidstaten behoren tot het verleden. Vanwege de enorme inkomensverschillen tussen de oude en nieuwe lidstaten heeft het vrije verkeer van werknemers geleid tot massale arbeidsmigratie. In de landen van herkomst ontstaan daardoor tekorten aan geschoold personeel, en gebroken gezinnen. Ook worden kinderen vaak ondergebracht bij vreemden, de zogenaamde ‘eurowezen’. In Nederland worden arbeidsmigranten uit de nieuwe lidstaten uitgebuit, wordt Nederlandse arbeidswetgeving ontdoken en ontstaan sociale problemen, vooral in de steden. Daarom moet de arbeidsmigratie in de Europese Unie worden gereguleerd opdat deze problemen kunnen worden aangepakt. Voor openstelling van de Nederlandse arbeidsmarkt voor Bulgaren en Roemenen is het nog veel te vroeg.
7.4 Arbeidsvoorwaarden van EU-lidstaten zijn voor alle werknemers in dat land van toepassing. Wij verzetten ons tegen pogingen van Brussel om, met een beroep op het recht van vrije vestiging en het recht op vrij verkeer van diensten, nationale arbeidsvoorwaarden en rechten zoals het stakingsrecht van werknemers te ondermijnen. We steunen de eis van de Europese vakbeweging voor een ‘sociale vooruitgangsclausule’. Daarmee wordt de Europese Unie verplicht de Europese traditie van sociale vooruitgang te respecteren. Maatregelen van de Europese Unie horen het welzijn van allen te dienen. Een markteconomie met een groot concurrentievermogen mag geen doel op zich zijn. De dienstenrichtlijn moet daarom worden teruggedraaid en de detacheringsrichtlijn moet worden aangepast.
7.5 Minder arbeidsmigratie door kleinere inkomensverschillen. Het geld uit EU-fondsen moet alleen gaan naar die lidstaten die echt in een achterstandpositie verkeren. Daarmee wordt ook tegengegaan dat mensen moeten verhuizen naar andere lidstaten om een fatsoenlijke boterham te verdienen.
7.6 Pensioenen blijven een nationale aangelegenheid. Pensioenen zijn geen Europese bevoegdheid. We hebben in Nederland een stelsel opgebouwd, waarbij zowel werkgevers als werknemers betrokken zijn. Europese initiatieven die erop gericht zijn om meer marktwerking in te voeren en alleen de werknemers verantwoordelijk te maken voor hun pensioenopbouw, zijn onacceptabel.












